CANTIAMO “REPRISE”

Sinds het vonnis van de meervoudige belastingkamer te Haarlem in de zaak Cantiamo is het niet meer rustig geweest in de koren- en orkestenwereld. Steeds maar weer werd de discussie opnieuw aangezwengeld omdat verschillende personen van mening waren dat zijn weer in een net andere positie verkeerden dan de Cantiamo-dirigent. In deze bijdrage vat ik de zaak nog eens samen en zal ik ook nadere aandacht besteden aan de positie van repetitoren en andere instrumentalisten die bijvoorbeeld koren begeleiden.

Cantiamo kort samengevat

De kernoverwegingen van het Cantiamo-vonnis is tweeledig. Ten eerste overweegt de rechtbank op basis van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dat de regel “nevenprestatie volgt hoofdprestatie” op de zaak van toepassing is. Dat wil zeggen dat de rechtbank van mening is dat het optreden de hoofdprestatie is waartoe de repetities (nevenprestatie) leiden. Als dan op het hoofdprestatie het lage tarief van toepassing is, is hetzelfde tarief van toepassing op de nevenprestatie(s). Ten tweede overweegt de Rechtbank dat deze regel kan worden toegepast zolang de repetities op het optreden zijn gericht. Het komt er dus op neer dat zolang aannemelijk kan worden gemaakt dat de repetities tot een optreden leiden, het lage tarief kan worden toegepast. Dit is ook de reden waarom dirigenten die het verkeerde (hoge) tarief hebben toegepast suppletieaangifte kunnen doen. Bovenstaande primaire regel, dat de nevenprestatie de hoofdprestatie volgt als het gaat om de toepassing van het BTW-tarief, is bepaald niet nieuw, ze is in de procedure over het hoofd gezien in de onderhavige casuïstiek van dirigenten maar de rechters brachten het zelf in.

Ontwikkelingen sinds Cantiamo

Mij is bekend dat de belastingdienst zo hier en daar nog wel eens tegenstribbelt in zaken waarin suppletieaangifte wordt gedaan. De belastingdienst redeneert dan dat jurisprudentie geen terugwerkende kracht heeft. Dat is m.i. een onjuiste benadering van deze casuïstiek omdat de regel, dat de nevenprestatie de hoofdprestatie volgt, zoals hiervoor reeds vermeld, niet nieuw is.

Ik blijf me steeds weer verbazen over mensen die de belastingdienst bellen om te vragen welk tarief te moeten toepassen op repetities (die samenhangen met een optreden). Ik wens daar nu op ondiplomatieke wijze mee af te rekenen door de volgende vraag te stellen: Als u aan een leeuw vraagt of de lammetjes vannacht in het hok moeten of dat ze in de weide kunnen blijven. Welk antwoord denk u dan dat u krijgt? Ik zou dus zeggen gewoon het lage tarief toepassen op repetities die met een uitvoering samenhangen en als de belastingdienst en er niet mee eens is dan kunnen ze een naheffing opleggen. Dat is het moment waarop de belastingplichtige dan in bezwaar en zonodig in beroep kan gaan en in de procedure kan verwijzen naar het Cantiamo vonnis. Ik moet daarbij wel aantekenen dan een andere rechter anders kan besluiten (dat is een beginsel in ons rechtssysteem) maar in deze casuïstiek kan ik me daar maar weinig bij voorstellen omdat het Cantiamo-vonnis eigenlijk helemaal niet spectaculair is. De Rechters wezen gewoon op de toepasselijke regels die de belastingdienst over het hoofd had gezien.

De positie van de repetitor

De laatste tijd blijkt dat de belastingdienst nogal eens moeilijk doet ten opzichte van pianisten en organisten die koren begeleiden. Het “liedje” begint dan weer helemaal vooraan. De belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de repetities in het hoge tarief vallen en de uitvoeringen in het lage. Ook nu zou ik zeggen’ gewoon het lage tarief toepassen en als de belastingdienst wil corrigeren gewoon gaan procederen onder verwijzing naar de Cantiamo zaak’. De positie van de op het concert meespelende instrumentalist is immer één op één vergelijkbaar met die van de dirigent. Er is wel een belangrijk punt van aandacht. Het moet natuurlijk wel gaan om een instrumentalist die meespeelt met het concert. Er moet directe connectie zijn tussen de repetities en het optreden. Een repetitor die niet meespeelt met het concert heeft pech. Op hem/haar is inderdaad het hoge tarief van toepassing want wat hij of zij (intrinsiek) presteert is immers niet op de uitvoering gericht, het faciliteert de uitvoering slechts.

Samengevat

Alle musici die betaald worden en die meewerken aan repetities die op een uitvoering zijn gericht kunnen m.i. het lage tarief toepassen als zij zelf ook met de uitvoering(en) meespelen.

TL

Leave A Response

* Denotes Required Field