Laatste update: 11-11-2009

1.Uitnodiging om nieuwe vragen te stellen 
2.BTW op treinkaartjes 
3.Kosten VAR aanvraag 
4.Omschrijving van de werkzaamheden op de VAR 
5.Inschrijven bij de Kamer van Koophandel 
6.KVR (1) 
7.KVR (2) 
8.BTW en reiskosten 
9.Auteursrecht op gebruik van samples 
10.Voorgetekende Gageverklaring 
11.BTW op repetities 
12.BTW en onderwijs 
13.Factuur zonder VAR WUO 
 
Vraag 1.  UITNODIGING OM NIEUWE VRAGEN TE STELLEN 

Beste mensen,

21-12-08; Onlangs werd ik er op gewezen dat enkele van de casus in deze rubriek achterhaald waren. Degene die deze opmerking maakte had helemaal gelijk en daarom heb ik grote schoonmaak gehouden.

We beginnen gewoon weer opnieuw en vanaf nu zal ik alle casusposities dateren zodat de lezer kan zien in welke periode het voorbeeld en het daarop geformuleerde antwoord is gegeven.

Ik nodig alle bezoekers van deze website uit om nieuwe fiscale en juridische vragen, de muziekbusiness aangaande, te gaan stellen via lamers@musiconomie.nl

Uiteraard zullen de vragen worden "geanoniemiseerd".

Ton Lamers

 
Vraag 2.  BTW OP TREINKAARTJES 

21-12-08; Vraag: Als zelfstandig musicus reis ik veel met de trein, mijn accountant zegt dat daat geen BTW op/in zit omdat het niet op het kaartje staat maar van een collega hoor ik dat ie de BTW van treinkaartjes wel aftrekt.

Antwoord: Je collega heeft gelijk. De NS heeft namelijk vrijstelling om de BTW op de kaartjes te vermelden, het is overigens het lage 6 % tarief. Je mag deze BTW dus zelf uitrekenen (ritprijs / 106 x 100) en als voorbelasting in mindering brengen.

 
Vraag 3.  KOSTEN VAR AANVRAAG 
21-12-08; De laatste tijd bereiken mijn vragen over verneende kosten van een VAR aanvraag. Dit is aperte onzin, een VAR aanvraag bij de belastingdienst is natuurlijk gratis. 
 
Vraag 4.  OMSCHRIJVING VAN DE WERKZAAMHEDEN OP DE VAR 

Er komen nogal eens vragen m.b.t. de in te vullen "omschrijving van de werkzaamheden" op een VAR aanvraag:

Publicatie: 21-12-08;

De regel is simpel bedenk altijd dat een VAR voor een podiumkunstenaar (musicus, danser) wordt aangevraagd om een (fictieve) dienstbtrekking te doorbreken. De VAR is dus alleen nodig voor die werkzaamheden. Voor andere werkzaamheden zoals bijv. componeren of les geven in een eigen prive praktijk is geen VAR nodig want er valt geen dientbetrekking te doorbreken.

Dus met een omschrijving als bijv. "Musicus en muziekdocent" dekt men 99% van de situaties waarin men een VAR nodig heeft, af. Dat zijn dan "optreden" (fisctieve dienstbetrekking) en "doceren" (normale dienstbetrekking).

Men is is zich overigens wel van bewust dat het inzetten van een VAR om een "normele dienstbetrekking" als bijv. docent te doorbreken maar zeer beperkt mogelijk is.

21-12-08: De laatste tijd doet de fiscus overigens niet meer zo moeilijk als men een gecombineerde omschrijving geeft, bijvoorbeeld "artiest en docent" of musicus en muziekleraar"

 
Vraag 5.  INSCHRIJVEN BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL 

5. (Publicatie: 01-01-09)

Sinds 1-7-08 is het nieuwe handelsregisterbesluit in werking getreden op grond waarvan niet meer alleen 'bedrijven' maar ook andere entiteiten zoals beroepsbeoefenaren zich moeten inschrijven in het handelsregister.
Mij bereikt de laatste weken regelmatig de vraag wanneer men zich nu moet inschrijven. Welnu, met het nieuwe handelsregisterbesluit heeft de staatssecretaris flankerend beleid gepubliceerd op grond waarvan de KvK, in geval van onenigheid daarover, kan vaststellen of iemand 'ondernemer' in de zin van de handelsregisterwet is of niet. Het komt er op neer dat op twee fronten wordt getoetst
1. BTW plicht; de staatsecretaris sluit aan bij de BTW plicht als criterium.
2. Voldoende omvang in de zin van de omzet.
Op deze plaats (de FAQ rubriek) is onvoldoende ruimte om deze twee criteria uitgebreid te behandelen en daarom verwijs ik naar de rubriek "laatste nieuws" op deze website alwaar u het beleid (toetsingskader) geheel kunt downloaden.

Het is interessant om te concluderen dat de wetgever wederom een ondernemersbegrip heeft geformuleerd: De raadpleger van deze rubriek is zich er van bewust dat ondernemerschap voor de Inkomstenbelasting, de Loonbelasting, de Omzetbelasting en nu dus ook voor de inschrijving bij de KvK verschillende benaderingen zijn en dat voldoen aan het ene criterium niets zegt over voldoening aan het andere !!
In concerto: Inschrijving bij de Kamer van Koophandel maakt iemand ook al voldoet men aan de criteria nadrukkelijk niet tot ondernemer in de zin van de IB, LB of OB, voor de belastingdienst dus.

Blijft ook mijn klacht overeind: De verplichte inschrijving bij de KvK is niets meer of minder dan ordinaire belastingheffing om het instituut, de KvK zelf, in stand te houden. Het argument van de staatssecretaris om nu ook andere entiteiten verplicht te laten inschrijven vanuit het oogpunt van rechtszekerheid is wel valide maar daar is het inschrijfgeld niet voor nodig. Het bijhouden van een handelsregister of beter nu "ondernemersregister" is een goede zaak maar het financieren van het 'halfzachte adviescircus' dat er omheen hangt met de inschrijfgelden is directe diefstal van ondernemers.
TL

Zie deze tekst met aangehecht toetsingskader ook in de rubriek "laatste nieuws" op deze website.

 
Vraag 6.  KVR (1) 

6. Publicatie: 18-01-2009

Vraag: Mag een opdrachtgever de KVR altijd toepassen op betalingen aan artieten onder de € 163,- ?

Antwoord: Nee, dan mag niet, sterker nog, de opdrachtfever mag dat alleen doen na toestemming van de artiest. Deze toestemming kan vormeloos geschieden dus ook mondeling maar dat is niet slim want dat is niet bewijsbaar voor de opdrachtgever als de artiest ontkent. Het kan wel bewijsbaar blijken uit een schriftelijke (standaard-) verklaring of een gageverklaring welke door de artiest in getekend en waarop is aangegeven dat de KVR moet worden toegepast.

 

 
Vraag 7.  KVR (2) 

Publicatie 21-01-09


Vraag: Kun je het KVR maximum van € 163,- zo vaak als je wilt op een factuur zetten ?


Antwoord: De vragensteller gooit twee dingen door elkaar en die moeten eerst worden rechtgezet.
1. De KVR heeft niets met zelfstandigheid te maken, sterker nog, de KVR is een uitzondering op de loonfictie en is een 'eenvoudige manier van het verlonen van lage gages' (zeer vrij geformuleerd !). Kortom, de opdrachtgever mag na toestemming van de artiest de KVR toepassen. Het is dus een zaak van de opdrachtgever.
2. De KVR geldt per optreden. Nu zijn er natuurlijk van die slimmerikken geweest die vrolijk zeggen dat ze op één avond drie keer hebben opgetreden (toevallig op hetzelfde podium), maar die vlieger gaat niet op. Het moet namelijk om verschillende opdrachtgevers gaan. Alsdan is m.i. de toepassing van de KVR onbegrensd.
Let op: de KVR mag alleen worden toegepast na schriftelijke toestemming van de artiest. Die schriftelijkheid kan blijken uit een (standaard-) briefje of een door de artiest ondertekende gageverklaring.
Zie meer over de werking van de KVR in de rubriek "aanvullingen" daar is een specaiale nieuwsbrief gepubliceerd. (Kijk ook eventueel in het "archief" !!)

 
Vraag 8.  BTW EN REISKOSTEN 

Gepubliceerd 22-01-2009

Vraag: Moet ik BTW rekenen over eventuele resikosten die ik op mijn factuur in rekening mag brengen?

Antwoord: Ja, een OB plichtige ondernemer moet over alles dat ie in rekening brengt in begisel BTW heffen maar het toe te passen tarief is afhankelijk van de zogenaamde hoofdprestatie. Er wordt wel gezegd "de nevenprestatie volgt de hoofdprestatie". Het toe te passen BTW tarief op add. reiskosten is dus hetzelfde als het toe te passen tarief van de hoofdreden waaruit de factuur is ontstaan.

Voorbeeld factuur optreden: € 1.000,- + reiskosten € 100,-. Totaal 1.100,- ex btw. Btw over € 1.100,- = 6% = € 1.166,-
Voorbeeld factuur verhuur geluid € 1.000,- + reiskosten € 100,-. Totaal 1.100,- ex btw. Btw over € 1.100,- = 19% = € 1.309,-
Voorbeeld factuur invallen lessen welke zijn vrijgesteld, dan hoeft ook geen btw te worden geheven over de bijgaande reiskosten.

Worden alleen reiskosten in rekening gebracht, dus als er geen andere hoofdprestatie is, dan is het 19% tarief van toepassing! Het heeft dan ook geen zin de reiskosten buiten een factuur om in rekening te brengen. Als een ondernemer BTW plichtig is, is hij of zij dat over alle prestaties.

 
Vraag 9.  AUTEURSRECHT OP GEBRUIK VAN SAMPLES 

gepubiceerd 24-01-2009
Vraag: Hoe lang mag een sample maximaal zijn die je royaltie-free en zonder gevolgen of afspraken mag gebruiken van een andere track?

Antwoord: Op grond van de Auteursrichtlijn van 22-5-01 geďmplementeerd op 1-9-04 wordt “de incidentele verwerking van een auteursrechtelijke beschermd werk als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk” niet meer als een inbreuk beschouwd”. Maar de minister gaf bij de implementatie van de richtlijn aan dat bepaalde weloverwogen geluidsfragmenten in een nieuw muziekwerk (sampling) hoewel van bescheiden omvang niet onder voornoemde uitzondering zal vallen gelet op het feit dat het gebruik plaatsvindt met het oogmerk van integratie in en vergroting van de waarde van het nieuwe muziekwerk. Met voornoemde beperking op het auteursrecht bedoeld de wetgever dus beschermde werken die min of meer per ongeluk of zeer terloops worden gebruikt het geen nogal eens voorkomt als men filmt. Bewust gebruik valt dus niet onder de uitzondering (de incidentele verwerking…). In gewoon Nederlands: Een sample is altijd bewust gebruikt en kan dus niet onder de uitzondering van de richtlijn. Het is dus niet toegestaan om samples te gebruiken, met name niet als de waarde van het nieuw gemaakte product daardoor omhoog gaat, en dat zal het geval zijn want anders gebruikt men de sample niet. Er is nog geen (Europese) rechtspraak op dit gebied dus de exacte grens is nu niet vast te stellen. (Bron: M. Frequin, Auteursrecht voor de Nederlandse praktijk, Den Haag, SDU 2005 p. 100-101)

 
Vraag 10.  VOORGETEKENDE GAGEVERKLARING 

15-02-09; Vraag: Als er als band een gageverklaring ingevuld moet worden, moeten er ook handtekeningen gezet worden. Laatst had ik een discussie met iemand, die zei dat je ook eenmalig een gageverklaring in kunt vullen, incl. handtekeningen, en dat er niet steeds voor ieder nieuw optreden een handtekening van ieder bandlid gezet moet worden, maar gewoon de vorige gagaverklaring kunt uitprinten. Ik op mijn beurt, denk dat deze gageverklaring dan in feite ongeldig kan worden verklaard, wanneer er geen officiele handtekening van ieder participerend individu is gezet. Er moet dus altijd en bij ieder optreden een handtekening gezet worden, door de bandleden.
De vraag is dus: wie heeft er nu gelijk?

Antwoord: Je hebt helemaal gelijk, op elke gageverklaring hoort een originele handtekening. Een zogenaamde doorgekopieerde verklaring  hoeft niet eens te worden vernietigd, hij is m.i. al nietig. Is toch ook logisch want dan zou iemand ongevraagd kunnen beslissen voor een ander over bijvoorbeeld de toepassing van de KVR en erger. Die handtekeningen moeten juist daarom worden gezet, elke keer opnieuw.



 
Vraag 11.  BTW OP REPETITIES 

10-03-2008 Vraag; Een BTW plichtige artiest is over optredens 6% btw verschuldigd, nu zegt ons artiestenburo dat dat ze een vermaning van de belastingdienst hebben gehad vanwege onze facturen waarop wij de repetities ook voor 6% factureren, volgens hen (het buro) zou dat 19% moeten zijn.

Antwoord: Ten eerste is het in beginsel geen zaak van jullie artiestenburo om te bepalen welk btw tarief iemand in rekening moet brengen. Als een artiest meent dat zijn prestatie voor 6% moet worden gefatureerd dan is dat zijn of haar verantwoordelijkheid. Zou daar een correctie op volgen dan treft de correctie artiest en nooit het bureau. Ze moeten dus gewoon een factuur accepteren zoals die is opgesteld, zij zijn de belastingdienst niet en mocht de belastingdienst het buro daarover hebben aangesproken dan zijn zij hun boekje te buiten gegaan,
Ten tweede de opmerking is onjuist. Post 17 van tabel I behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968 spreekt van het optreden van uitvoerende kunstenaars. Men zou zich dus inderdaad kunnen afvragen of een repetitie daar wel onder valt. Het is echter zo dat een insprecteur op 28 juli 2005 reeds heeft goedgekeurd dat de repetitieperiode en de voorstellingsperiode als één prestatie moet worden gezien voor de omzetbelating en dus ook op repetities het verlaagde 6% tarief mag worden toegepast. De lezer is er zich echter van bewust dat dit om een uniek geval gaat en niet om beleid of wetgeving.

Naschrift 18-01-09; De fiscus neemt sinds enkele maanden een scherp standpunt in als het gaat om de toepassing van het 6% BTW tarief op repetities. Met name in het geval van dirigenten is dat moeilijk. Vooralsnog adviseer ik desnoods de repetities niet in rekening te brengen en de gehele omzet aan de uitvoering toe te rekenen. Momenteel voer ik een procedure in een kwestie waarbij de fiscus het toepassen van het 6% tarief voor repetities niet accepteert. Zodra de rechter uitspraak heeft gedaan zal ik een update plaatsen.

Naschrift 4-8-09; Zie de rubriek 'laatste nieuws' (bericht 4-8-09) over de voortgang in deze kwestie. Er zit schot in de zaak

 
Vraag 12.  BTW EN ONDERWIJS 

De BTW vrijstelling voor ‘het onderwijs’

Door mr. A.H. (Ton) Lamers

 

 

Regelmatig wordt ik geconfronteerd met de veronderstelling dat ‘het onderwijs’ is vrijgesteld

voor de omzetbelasting. Deze stelling is maar zeer ten dele waar. Hierna zal ik uiteenzetten

hoe de Nederlandse wetgeving, toegespitst op de relatie onderwijs en omzetbelasting, in

elkaar steekt.

 

De hoofdregel

In beginsel wordt op ‘onderwijsprestaties’ in het algemeen gewoon 19% BTW geheven.

Op deze hoofdregel heeft de wetgever onderstaande uitzonderingen geformuleerd waarbij

de wetgever deze uitgezonderde vormen van onderwijs heeft vrijgesteld voor de

omzetbelasting.

 

Uitzonderingen waarvoor de vrijstelling geldt

1.

Wet OB 1968 art. 11 lid 1 sub “o”; Prestaties van of aan het reguliere onderwijs dat door de

rijksoverheid wordt gefinancierd.

 

Prestaties: Het moet gaan om onderwijsprestaties, zeg maar lesgeven of toetsen.

Anderssoortige prestaties van of aan de onderwijsinstelling zijn dus gewoon volgens de

normale regels belast.

 

van of aan: Het gaat dus zowel om de onderwijsprestaties van de school zelf alsmede om de

onderwijs prestaties aan die school door incidenteel ingehuurde zelfstandige docenten die

BTW plichtig zijn.

 

Let op, dit is vanuit het oogpunt van de loonheffing maar zeer beperkt mogelijk. Zelfs de Verklaring

Arbeidsrelatie (VAR) met de status Winst Uit Onderneming (WUO) kan geen onbeperkte oplossing bieden. De

vraag of er sprake is van een civiele arbeidsovereenkomst is weer een geheel andere. Voor deze materie wordt

verwezen naar het rechtsvermoeden van de artt. 7:610a en 7:610b BW.

 

reguliere onderwijs: Het normale onderwijs van lagere school tot universiteit.

 

rijksoverheid: Onder deze regeling valt dus uitsluitend het door de minister van OC&W

gefinancierde onderwijs, door lagere overheden zoals provincie, gemeente of bijvoorbeeld

een productschap geldt deze uitzondering op de hoofdregel dus niet.

 

2.

Wet OB 1968 art. 11 lid 1 sub “o” ten tweede juncto Uitvoeringsbesluit Wet OB 1968 art. 8 lid

1; Het bij algemene maatregel van bestuur aangewezen onderwijs. Voornoemd

uitvoeringsbesluit ‘is’ deze algemene maatregel van bestuur waarin de volgende vormen van

onderwijs (a, b en c) zijn aangewezen om in tegenstelling met de hoofdregel en bij wijze van

uitzondering, als waarvoor de vrijstelling geldt:

 

a.

Het onderwijs dat niet (geheel) uit de openbare kassen wordt gefinancierd, maar dat wat

betreft diploma’s en examens gelijkgerechtigd is met de scholen onder uitzondering “1”

(Men denke daarbij schoolverenigingen voor lager onderwijs die voor het overgrote deel uit

de (hoge) lesgelden worden gefinancierd of speciale particuliere beroepsopleidingen). Let op

deze ‘scholen’ moeten dus bevoegd zijn om graden en diploma’s gelijk aan de door de

rijksoverheid gefinancierde scholen toe te kennen en uit te reiken.

 

b.

Het erkende onderwijs. Dit is het onderwijs dat op grond van de Wet op de erkende

onderwijsinstellingen een erkenning heeft gekregen en welk onderwijs niet uit de openbare

kassen wordt betaald. (Men denke hierbij aan schriftelijke onderwijs en onderwijs ter

opleiding van staatsexamens).

 

c.

Onderwijs in muziek, dans en beeldende vorming aan kinderen onder de 21 jaar.

Deze regel geldt dus ongeacht door wie het onderwijs wordt gegeven maar uitsluitend voor

‘kinderen’ tot en met 20 jaar.

Samenvatting

Op de hoofdregel gelden dus slecht twee uitzonderingen:

1. Het reguliere door de rijksoverheid gefinancierde onderwijs.

2. Het aangewezen onderwijs, zie hiervoor onder a, b, en c.

 

 

Schijnbare uitzonderingen

Scholen of opleidingen kunnen op grond van het feit dat ze slechts een kleine omzet draaien in de KOR  (Kleine Ondernemersregeling) vallen en op grond daarvan kan het betreffende instituut worden vrijgesteld van de administratieve verplichting. Dat laatste houdt in dat men geen BTW administratie hoeft te voeren en dus ook geen BTW hoeft te betalen en dus ook geen vooraftrek mag toepassen.

Aanbieders van onderwijs aan dit soort scholen zijn daarmee niet ook vrijgesteld. Zij moeten op hun factuur gewoon BTW uitsplitsen.

 
Vraag 13.  FACTUUR ZONDER VAR WUO 

De volgende casus werd aan mij voorgelegd:

Een amateur musicus speelt met enige regelmaat voor een gemeente tijdens recepties. Voor deze diensten betaalt de gemeente een kleine € 400,- na ontvangst van de factuur van de musicus. De musicus heeft geen VAR WUO en is dus niet zelfstandig voor de loonbelasting. Moet de musicus dit bedrag opgeven aan de belastingdienst?

Ja, natuurlijk moet de musicus dat opgeven bij de jaarlijkse IB aangifte. Dat is eigenlijk heel eenvoudig Bij de vraag of de belastingplichtige ook nog resultaat uit overige werkzaamheden (door de belastingdienst ook wel heel misleidend freelance werkzaamheden genaamd) heeft genoten moet de musicus alle bijverdiensten die hij heeft genoten inclusief die € 400,- opgeven. Bij de volgende vraag mag hij de kosten die hij heeft gehad die rechtstreeks met dat optreden te maken hebben, in mindering brengen. De gemeente in kwestie heeft wel boter op haar hoofd. Ze mogen geen factuur van een musicus betalen die niet vergezeld gaat van een VAR WUO. De boekhouders van de gemeente weten waarschijnlijk niet beter. Als er ooit een looncontrole komt kan de gemeente op een naheffing rekenen.

 

 


<<<Klik hier om terug te gaan




























































(c)2009 mr. Ton Lamers / Spider Spider Digital Media